De datalink is de verbinding tussen operator (of netwerk) en toestel. Er lopen meestal twee stromen: een C2-link (command & control — de besturing) en een aparte videodownlink. Het type link bepaalt het bereik en — cruciaal voor counter-UAS — of en hoe de drone verstoord of gelokaliseerd kan worden.
| Besturingstype | Drager | Bereik / kenmerk | Kwetsbaarheid |
|---|---|---|---|
| Directe RF-radio (LOS) | Radiogolven, zichtlijn | Enkele km tot ~20 km; standaard voor FPV/COTS | Jamming; richtingzoeken (DF) verraadt de operatorpositie |
| Glasvezel | Fysieke optische kabel op een spoel | ~10–20 km; geen RF-signatuur | Immuun voor jamming; wel kabelbreuk/verstrikking, beperkt bereik |
| SATCOM (BLOS) | Satelliet, beyond line of sight | Intercontinentaal; vroeger alleen MALE/HALE, via LEO-constellaties (Starlink) nu ook kleine drones — zie 1.8 | Jamming van de satellietlink; afhankelijk van wie het netwerk beheert (whitelist, snelheidsgrens) |
| Relay / mesh | Tussenstation (bv. mothership) of mesh-modem | Verlengt het bereik van kleine FPV's tot 40+ km | Uitschakelen van het relais knipt de keten |
| Voorgeprogrammeerd / linkloos | Geen live verbinding na lancering | Onbeperkt door linkbereik (bv. Shahed) | Niet te jammen — er is geen link om te storen; wel navigatie aan te vallen (zie 1.5) |
Kernpunt
Elektronische oorlogvoering grijpt aan op de link. Naarmate een drone minder van een live radioverbinding afhankelijk is — glasvezel, voorgeprogrammeerd, autonoom — verliest jamming grip. Dat verklaart de opkomst van glasvezel-FPV's (zie hoofdstuk 4.2).