Onderscheid navigatie (positiebepaling en routevolging) van geleiding (het naar en op het doel brengen in de eindfase). Een drone combineert vaak meerdere methoden, juist om robuust te zijn tegen storing.
| Methode | Werking | Sterkte / zwakte |
|---|---|---|
| GNSS (GPS/Galileo/GLONASS) | Positie uit satellietsignalen | Nauwkeurig — maar jam- en spoofbaar |
| Traagheidsnavigatie (INS) | Dead-reckoning met gyroscopen/versnellingsmeters | Immuun voor jamming; loopt weg (drift). Vaak GPS/INS-koppeling |
| Visueel / terreinvolgend | Scene-matching (TERCOM/DSMAC bij kruisraketten), visual-inertial odometry, optical flow | Werkt zonder GPS; vergt zicht/kaartdata |
| Terminale geleiding & tracking | EO/IR-zoekkop met lock-on-and-track, AI-doelvolging (Lancet), laserdesignatie/beam-riding, radio-/beacon-homing | Volgt een bewegend doel in de laatste fase; kern van 'tracking' |
Counter-UAS via EW valt of staat met de gebruikte methode. GPS-jamming werkt tegen puur GNSS-afhankelijke drones, maar niet tegen INS-, visueel- of AI-geleide systemen. Tracking in de eindfase (EO/IR of computervisie) maakt een drone bovendien ongevoelig voor het verbreken van de besturingslink: eenmaal 'locked' voltooit hij de aanval zelfstandig. Een satellietverbinding (Starlink, zie 1.8) is geen geleiding maar een datalink: ze houdt de operator in de lus voorbij de horizon.